Grote kansen voor tweedehands datacenter-apparatuur

Kunnen we een betrouwbare datacenterinfrastructuur creëren als we niet alleen hagelnieuwe apparatuur gebruiken maar ook tweedehands systemen en componenten? Jaak Vlasveld, directeur van Green IT Amsterdam en trekker van het onderzoeksproject ‘ReStructure’, denkt van wel. Maar dan moeten we wel zorgen dat we goed begrijpen hoe een markt voor gebruikte datacenter-apparatuur werkt. In de consumentenmarkt is het al een beproefd concept. Met name GSM apparatuur wordt volop hergebruikt, zoals bijvoorbeeld de refurbished iPhone 6S.

Het zij u vergeven als u nog nooit serieus nagedacht heeft over tweedehands apparatuur voor uw datacenter. En mocht u dit al eens overwogen hebben, dan is de kans groot dat u dit idee weer snel
terzijde hebt gelegd. Het valt immers niet mee om de weg te vinden in de markt voor gebruikte systemen en installatie. Het ontbreekt aan transparantie (wie levert wat?), hoe zit het nu precies met service en onderhoud, hoe kunnen we op verantwoorde wijze vaststellen in welke conditie een tweedehands apparaat zich bevindt en – zeker als er software bij betrokken is – hoe zit het eigenlijk met licenties en gebruiksrechten?

Doorzettingsvermogen

Dit is zeker geen uitputtend lijstje met vragen, maar het geeft een aardige indruk van het doorzettingsvermogen dat een datacenter manager moet hebben om daadwerkelijk gebruikte producten of apparaten aan te schaffen. “Dat is zonde”, meent Jaak Vlasveld. Hij is directeur van de stichting Green IT Amsterdam en vanuit die functie nauw betrokken bij het onderzoeksproject ReStructure. Andere deelnemers aan dit onderzoeksproject zijn SURFsara, Sims Recycling Solutions en Aliter Networks.

Wie het verslag van dit inmiddels afgeronde researchproject leest, zal onmiddellijk het motto van dit onderzoek zien: ‘Towards a truly Circular Model for Data Center Equipment’. Daar slaat die typering ‘zonde’ van Vlasveld ook op: eenmaal niet meer in gebruik wordt veel apparatuur in een datacenter simpelweg afgevoerd. Soms naar een recyclingbedrijf, maar veelal simpelweg richting afval. “Zonder dat we eigenlijk onderzoeken of we deze apparatuur een tweede leven zouden kunnen geven”, constateert Vlasveld. “Dat is opmerkelijk. De onstuimige groei die websites als Marktplaats en Peerby doormaken, geeft wel aan dat steeds meer consumenten niet per se een nieuw product aanschaffen als zij – bijvoorbeeld – in huis gaan klussen. In veel gevallen blijkt een tweedehands product net zo goed als een nieuw aangeschaft apparaat. Wie kijkt naar de kosten en baten zou met een tweedehands product zelfs wel eens veel beter uit kunnen zijn.”

Segmenteren

Cruciaal – ook voor de consument – is natuurlijk dat het aangeschafte tweedehands product in goede staat is. Een gebruikte boormachine kunnen we nog wel even testen voordat we deze kopen. Maar een chiller? Of een stroomverdeler? Netwerkkabels? Dan wordt het vaak lastiger.

Daar komt nog bij dat de term ‘tweedehands’ wel erg algemeen is, meent Vlasveld. “Sommige gebruikte producten kunnen – zoals die boormachine – door de nieuwe eigenaar direct weer in gebruik worden genomen. Maar in andere gevallen is meer nodig, een revisie bijvoorbeeld. Daarom hebben we in het ReStructure-onderzoek een analyse van de markt voor gebruikte datacenter-apparatuur gemaakt en deze in een aantal segmenten ingedeeld.”

Vier soorten hergebruik

Deze verdeling is te zien in onderstaande figuur. “We maken onderscheid in vier soorten hergebruik: reuse, refurbish, remanufacture en recycle. Afhankelijk van de vraag in welke groep een tweedehands product zich bevindt, zien wij kansen. Soms moet het apparaat alleen gecheckt worden op compleetheid, in andere gevallen is een kleine reparatie nodig. In weer andere gevallen dient het product gerefur­bished te worden voordat het weer door een nieuwe eigenaar in gebruik kan worden genomen.”

Allereerst de groep ‘reuse’. Denk hierbij aan IT-hardware, racks en kabinetten, kabels en dergelijke. “Hier volstaat veelal een controle op compleetheid en op functioneren. Bij IT-hardware komt wellicht nog een extra stap kijken, aangezien zich op servers en op storage-apparaten natuurlijk software of data kan bevinden. Er zal een check moeten plaatsvinden of deze geheel verwijderd zijn. Of dat het apparaat inclusief software mag worden verkocht.”

Garanties

Hoe zit dit – zeg maar – logistiek in elkaar? De producten zullen verzameld en opgehaald moeten worden. Vervolgens dient de genoemde controle op compleetheid en functioneren te worden gedaan. Complete en naar behoren functionerende producten kunnen direct door richting een nieuwe gebruiker. Is een mankement vastgesteld of ontbreekt een onderdeel dan zal dit eerst gerepareerd en compleet gemaakt dienen te worden. Een vraag hierbij is natuurlijk wel: wie garandeert dat het product compleet is en goed functioneert?

In de groep ‘refurbished’ komen we in principe dezelfde product­groepen als bij reuse tegen. Alleen gaat het nu om producten en apparaten die – voordat ze weer gebruikt kunnen worden – eerst
gereviseerd moeten worden. Met andere woorden: de systemen dienen gedemonteerd te worden, gecontroleerd en bijvoorbeeld schoongemaakt, waarna alles weer kan worden gemonteerd. Hierna kan het product of apparaat worden overgedragen aan een nieuwe eigenaar.

Stap verder

De groep ‘remanufacture’ gaat nog een stap verder. We zien hier als nieuwe productgroep ook IT-componenten staan. In deze groep gaat het om producten en apparaten die gedemonteerd worden, waarna de diverse componenten – na controle op functioneren en dergelijke – weer als basis dienen voor een nieuw apparaat. Vaak zal het dus gaan om geheel nieuwe apparaten en niet zozeer om het opnieuw samenstellen van het oorspronkelijke systeem.

Tenslotte ‘recycling’. Gaat het in de vorige groep om het tot een aantal componenten of onderdelen terugbrengen van een apparat, bij recycling gaan we nog een stap verder. In deze groep wordt vooral gekeken naar het terugwinnen van materialen en grondstoffen.

Track & trace

“De tweedehandsmarkt is tot nu toe verre van transparant”, zegt Vlasveld. “Daarmee bedoel ik dat er voor zowel partijen die apparatuur willen aanbieden als datacenters die gebruikte apparaten zouden willen afnemen weinig duidelijkheid bestaat. Als ik gebruikte apparatuur wil verkopen, hoe doe ik dat dan? Of: als ik ‘2nd user equipment’ wil aanschaffen, waar kan ik dat dan doen? Wie controleert de apparatuur op compleetheid en correct functioneren? Hoe zit het met service en support?”

In het ReStructure-project is hiervoor een model ontwikkeld. Centrale rol in dit model is weggelegd voor een track & trace-systeem. Hiermee kunnen producten en de componenten waaruit deze zijn opgebouwd worden gevolgd. “Het is de bedoeling dat dit gebeurt gedurende alle stadia waaruit de levenscyclus van het product of apparaat bestaat. Met dit track & trace-systeem kan worden vastgelegd én gecommuniceerd in welke mate de producten en hun componenten worden hergebruikt.”

Ladder

“Binnen de ICT- en datacentersector wordt traditioneel echter weinig informatie gedeeld. Dat begrijp ik wellicht nog wel vanuit concurrentieoogpunt, maar wie hergebruik van elektronische apparatuur nastreeft kijkt daar natuurlijk anders naar. Bovendien speelt hier mee dat leveranciers vaak grote aantallen verschillende modellen leveren, waarbij deze modellen elkaar ook nog eens heel snel opvolgen. Daarnaast constateer ik dat de expertise en de data die nodig is voor het calculeren van de lifecycle-impact nog niet erg ontwikkeld is.”

Dat maakt het lastig dit soort info in een model op te nemen. “Maar er is wel een alternatief. Dat is de zogeheten ‘ladder van circulariteit’. Daarmee zetten we als het ware inspanning en opbrengst om tot hergebruik en circulariteit te komen tegen elkaar af. Dat gebeurt aan de hand van negen begrippen die alle beginnen met de letter ‘R’:

  • Refuse
  • Reduce
  • Redesign
  • Reuse
  • Repair
  • Refurbish
  • Remanufacture
  • Re-purpose
  • Recycle
  • Recover (met name energie)

Hoe hoger de trede van de ladder (gemeten vanaf de onderste trede ofwel Recover), hoe beter het hergebruik van grondstoffen is, legt Vlasveld uit. “Een datacenter manager kan aan de hand van deze ladder dus bepalen hoe de balans is tussen de inspanning die hij moet leveren en de (circulaire) opbrengst die daarmee wordt gerealiseerd. Naarmate we meer ervaring en kennis opdoen en er meer consensus ontstaat over de manier waarop lifecycle-kosten berekend dienen te worden, kunnen we in de toekomst binnen het track & trace-systeem veel nauwkeuriger berekeningen maken over de vraag wat de impact van hergebruik zal zijn.”

Resultaten

Het ReStructure-project is zonder twijfel ambitieus te noemen. Het creëren van de keten van partijen om hergebruik van datacenter­apparatuur op grotere schaal mogelijk te maken is niet eenvoudig. “Toch hebben we een aantal interessante resultaten bereikt”, stelt Vlasveld.

Allereerst heeft een groep van bedrijven en organisaties aan het onderzoek deelgenomen. “Samen vullen zij een groot deel van de benodigde keten in. Bovendien is er nu duidelijk sprake van onderling vertrouwen. We hebben ook goed in beeld welke rollen er in deze keten vervuld dienen te worden, welke verantwoordelijkheden daarmee gemoeid zijn en welke activiteiten daarbij behoren.”
“Ook is een business model ontwikkeld dat als basis voor deze keten kan dienen. Dat biedt een fundament voor een verdienmodel. Want iedere onderneming die in deze keten deelneemt wil graag aan circulariteit werken, maar wil natuurlijk ook simpelweg geld verdienen.”

Heel belangrijk is verder dat ook de specificaties voor het genoemde track & trage-systeem zijn vastgesteld. Daarbij is ook duidelijk welke product- en componentcategorieën via dit systeem gevolgd dienen te worden.

Roadmap

Het blijft bij ReStructure echter niet alleen bij het opzetten van een model. De roadmap van het project voorziet tevens in een pilot-project, waarbij een eerste afnemer van tweedehands apparatuur wordt samengebracht met een leverancier van overtollig geworden datacenterapparatuur. De zogeheten ‘launching customer’ wordt binnenkort bekend, de partij die overtallige DC-apparatuur zal aandragen, is SURFsara.

“Daarbij gaan we ook daadwerkelijk gebruikmaken van het track & trace-systeem. De database die hiervoor nodig is, wordt momenteel ingericht. Zodra de pilot start, zullen we – in eerste instantie uiteraard op kleine schaal – producten en componenten identificeren en via het
systeem volgen.”

Doel van deze pilot is uiteraard om kennis en ervaring op te doen. Want daar ontbreekt het momenteel nog duidelijk aan, meent Vlasveld. “Er is nog veel bewustwording nodig. Tegelijkertijd ontbreekt het aan kennis om liftcycle-kosten te berekenen. We moeten dus nog veel met aan­names werken. Wij zijn er echter van overtuigd dat er grote kansen liggen als we gebruikte datacenterapparatuur een tweede leven kunnen geven.

Er zijn heel veel applicaties en services die helemaal niet ‘the latest and greatest’ hardware nodig hebben. Die kunnen prima en tot in lengte van jaren functioneren op basis van apparatuur die wellicht al een paar jaar oud is. Apparaten en systemen selecteren die wat betreft capaciteit en bijvoorbeeld snelheid optimaal passen bij een applicatie of een service, levert interessante kostenbesparingen op. En voorkomt dat veel apparatuur onnodig richting de vuilnisbelt verdwijnt. Dat scheelt kosten en is pure winst als we kijken naar de impact van datacenters en ICT op milieu en leefomgeving.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.